5 collega’s vertellen: Adriaan Kool

25 februari 2021

Wat wilde je vroeger worden?

“Mijn hart ligt bij de koeien. Als kind speelde ik altijd met koeien. Vanaf mijn zestiende wist ik het zeker: ik ga de boerderij overnemen. Mijn uren bij Van Vulpen heb ik afgebouwd om thuis boer te zijn. Zolang die balans goed is, hoop ik nog jarenlang bij Van Vulpen te blijven. Daarnaast merk ik dat mijn blik zeer verbreed wordt bij Van Vulpen. Je hoort meer en dat helpt mij om mijn werk als boer beter uit te voeren.”

Wat maakt jouw functie leuk?

“Ik geniet vooral van de afwisseling. Twee mensen tevreden maken: de leverancier en de afnemer. De leverancier is blij als de dienst goed is verricht, terwijl de klant tevreden is met het product.”

Hoe blijf jij jezelf ontwikkelen?

“Dat doe ik ongemerkt iedere dag. Wel volg ik weinig cursussen, omdat ik als doel heb om melkveehouder te worden. Ik probeer mijn werkzaamheden beter over te dragen op andere mensen. Vroeger werkten er drie mensen bij Van Vulpen en was het lastiger om afstand te nemen en weg te gaan, maar inmiddels kan ik zonder problemen een dag vrij nemen. Dat vind ik een goede ontwikkeling.”

Neem jij je werk mee naar huis?

“Soms wel. Ik heb als verkoper een grote verantwoordelijkheid. We proberen de leveranciers en de klanten zo goed mogelijk te bedienen, ook buiten werktijd.”

“Ik geniet van de afwisseling. Twee mensen tevreden maken: de leverancier en de afnemer.”

Waar ben jij het meest trots op binnen Van Vulpen?

“Maarten is een geweldige ondernemer. Ik heb hem altijd gewaardeerd. Hij is heel innovatief en heeft een ongekend doorzettingsvermogen. Daarnaast hebben we een geweldig team. We kunnen het heel goed met elkaar vinden. Ieder individu heeft sterke punten en het is belangrijk om die eruit te vissen. Dan kom je met elkaar geweldig ver.”

Hoe denk jij over de toekomst van het bedrijf?

“Reststromen blijven altijd bestaan. Daarnaast doen we nu fourages van boer naar boer. Ook dat heeft bestaansrecht, want weersinvloeden spelen een grote rol. Ik zie daarom zeker toekomst voor Van Vulpen. En boeren, die blijven bestaan. We gaan door tot het bittere eind.”