Van Duijnhoven: ondernemer in hart en nieren

16 februari 2021

Verspreid over drie locaties houdt Ad van Duijnhoven samen met zijn vrouw Yolanda en zoon Robert 1.200 fokzeugen en 15.000 vleesvarkens. Op de bestaande locatie in Poortvliet hoopt de boer begin volgend jaar een nieuwe stal in gebruik te nemen. “Uitbreiden is geen doel op zich.” zegt hij. “Nooit geweest ook, maar als ondernemer moet je vooruit en dan moet je soms uitbreiden om orde op zaken te stellen.”

Die ondernemingsgeest heeft Ad niet van een vreemde: “Mijn vader heeft zijn eerste schuur gebouwd in de hof van mijn opa en hield in 1972 al 26.000 slachtkuikens. Dat was toendertijd al groot”, vertelt hij. “Mijn vader is helaas al dertig jaar overleden, maar hij was altijd redelijk. Dat uitgangspunt hanteer ik nog steeds. Dat je altijd eerlijk moet zijn en mensen recht in de ogen moet kunnen kijken.”

“Alleen het beste is goed genoeg. Onze varkens krijgen een zeven- of acht gangendiner van de hoogste kwaliteit.”

Van Duijnhoven

We spreken Ad op locatie Odiliapeel. De markante architectuur verraadt niet dat er ruim zevenduizend varkens huizen. Het gebouw, opgeleverd in 2017, voldoet aan de nieuwste eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu en brandveiligheid én biedt volop kansen voor verdere ontwikkeling, waaronder de mogelijkheid om zelf voer te mengen. Ad laat geen ruimte onbenut en droomt al van een nieuwe bestemming voor de loze ruimte onder het schuine dak: “Met name in de zomer wordt het hier bijzonder warm”, vertelt hij. “Ik denk erover om hier mest te drogen.”

Na de rondleiding over het terrein staat er een kleine anderhalve kilometer op de teller. “Er komen hier bussen vol Chinezen en Japanners,” vertelt hij. “Die staan dan met open mond te kijken. In Nederland word je als boer gezien als crimineel, daar word je gevierd. Je moet het zo zien: In de media worden boeren vaak neergezet alsof we niet goed voor onze dieren zorgen. Maar we zijn met niets anders bezig dan het de dieren naar de zin maken. Die varkens kunnen niet presteren als wij ze onder de kont schoppen en slecht eten geven.”

Van Duijnhoven

“Dat is ook het mooie aan ons vak”, vervolgt hij. “Varkens liegen niet. Je ziet aan het hok hoe ze zich voelen. Als het voer goed is, voelen ze zich goed. De belangrijkste taak van een dier in de natuur is voedsel zoeken. Hier krijgen ze iedere dag een natje en een droogje. Het spreekwoord luidt niet voor niets ‘zo lui als een varken’. Je kunt tien speeltjes ophangen om de dieren te entertainen, maar dat kennen ze op een gegeven moment wel. Ze worden rustig als ze goed te eten krijgen. Als er rust is, als iedereen onderuit ligt, dan is het goed.”