Van Amstel: ontmoet de Willie Wortel van het landwerk

25 februari 2021

“Van Amstel stond bekend om zijn expertise op het gebied van maïs drogen”, vertelt Maarten. “Maar door de alsmaar stijgende olieprijzen liepen de productiekosten van gedroogd maïs te hoog op. We zochten een alternatief.” “Eén en één is twee”, knikt eigenaar Leo van Amstel. “Maarten kwam binnenstappen met het idee om brijvoer te maken. Inmiddels werken we al twaalf jaar samen. We vullen elkaar goed aan.”

Van Vulpen doet daarbij de inkoop van de maïs uit Nederland, Duitsland, België en Frankrijk. Van Amstel dorst in de directe omgeving. Tot zevenduizend ton maïs kuilt het loonbedrijf jaarlijks in. Een deel verkoopt Van Vulpen rechtstreeks uit de kuil, maar het merendeel wordt met aardappelpuree en kaaswei verwerkt tot smakelijk varkensvoer. “We verwerken zo’n tienduizend ton per jaar”, aldus zoon Arjan.

 

Meer dan honderdduizend varkens doen zich jaarlijks tegoed aan het vloeibare CCM van Van Vulpen Veevoeders. Het product is samengesteld naar eigen receptuur en komt voort uit een unieke samenwerking met Loonbedrijf Van Amstel B.V. uit Lith.

Van Amstel is een echt familiebedrijf, gerund door Leo, zijn vrouw en twee zonen. “Mijn opa is het bedrijf met een tractor en een kiepwagen begonnen”, vertelt Arjan. Daarnaast hield Van Amstel nog achthonderd mestvarkens. “Maar dat was niet mijn passie”, zegt Leo daarover. Door zijn werk als monteur heeft hij echter wél een visie op hoe de machines eruit moeten zien. “Hij was altijd aan het sleutelen”, aldus zijn zoon. Daarom richtte het bedrijf zich twintig jaar geleden volledig op het loonwerk.

“Leo is een echte Willie Wortel”, aldus Maarten. “Van een stuk ijzer maakt hij zelf de mooiste machines.” Zoals de mengmachine, waar het loonbedrijf vloeibare CCM mee produceert. Maar het pronkstuk is toch wel de mestverwerker; een indrukwekkende installatie, ontwikkeld en gebouwd naar eigen ontwerp, dat varkensmest verwerkt tot drinkbaar water. Het restproduct is een mestconcentraat vol mineralen. “Van een kuub mest houden we 250 kilo over”, vertelt Leo. “Daarvan wordt het meeste naar Frankrijk geëxporteerd.”

“In de toekomst komt er een loods bij, zodat we de mestverwerking kunnen opschalen”, vult Arjan aan. Het familiebedrijf wil niet afhankelijk zijn van één bepaalde activiteit. “We willen ons blijven richten op agrarisch loonwerk”, vertelt Leo. “Maar dat ligt ook aan Den Haag en hoeveel boeren er blijven.” Vooralsnog gaat het goed: als enige partij in Nederland kan het loonbedrijf nu ook hennep hakselen. “We hebben het hele jaar werk en blijven ons onderscheiden”, besluit hij.